Experimenteren
dinsdag 13 juni 2017

Herkenbaar?

Nina (tweedejaars pabostudent) geeft haar stageklas (groep 7) een les rond realisme en surrealisme in teken- en schilderkunst. Ze bekijkt met haar leerlingen diverse werken van kunstenaars die de natuur op een realistische of juist surrealistische manier weergeven. Nina geeft haar klas daarna de opdracht om een eend (geprojecteerd op het digibord) te verwerken tot een tekening, gebruikmakend van papier en vetkrijt. De leerlingen mogen zelf bepalen of ze er een realistische of surrealistische invulling aan geven. De klas heeft de hele les aan haar lippen gehangen en wil enthousiast aan de slag gaan. Maar dan begint het: ‘’Juf, mag je ook…?’’ en ‘’Juf, is dit goed?’’ En zo gaat het maar door. Nina realiseert zich dat de leerlingen erop gebrand zijn te doen wat zij - de juf - goed of mooi vindt en nauwelijks durven te experimenteren. Ze besluit op dat moment dat haar belangrijkste doel in het onderwijs wordt: Dit voorkomen.

Toen Nina me dit verhaal vertelde, besefte ik dat ik dit ook had meegemaakt. Veelvuldig. Tot en met een jaar geleden gaf ik vier dagen per week les. In iedere groep waar ik stond, gebeurde iets soortgelijks wanneer ik een ‘creatieve opdracht’ gaf, wanneer ik de leerlingen in meer of mindere mate ‘vrij liet’. Ik herinner me een uitspraak van mijn duo-collega in de periode dat wij groep 3-4-5 lesgaven: ‘’En hoe duidelijk je de opdracht ook uitgelegd hebt, er komen altijd vragen.’’ Later ervaarde ik dat dit in de bovenbouw zelfs nog een tandje erger was en bij de kleuters juist nauwelijks gebeurde. En inmiddels weet ik waarom. Jonge kinderen zijn niet bezig met goed of fout. Ze experimenteren (lees: leren) de hele dag en zijn niet bezig met het resultaat. Hier is (in de meeste onderbouwgroepen) tijd en ruimte voor. Kijk je naar het lesrooster van een willekeurige midden- of bovenbouwklas, dan zie je bij welke vakken de focus is komen te liggen en welke vakken er bekaaid vanaf komen (áls ze al op het lesrooster staan). Natuurlijk zijn taal en rekenen van groot belang, maar ze vormen maar een klein onderdeel van al onze capaciteiten, en ze hebben een hoog ‘goed of fout’ gehalte. Toch leggen we op deze vakken (bewust of onbewust) veel nadruk, met als een van de risico’s dat onze leerlingen steeds minder goed worden in verbeelden; de basis van creativiteit. Hoe mooi is het als de eerste gedachte van een leerling is: ‘’Wat is er allemaal mogelijk?’’, in plaats van: ‘’Als ik het maar goed doe…’’

Ken Robinson luidde 11 jaar geleden de noodklok in een inspirerende TED Talk rond de vraag: ‘’Do schools kill creativity?’’ (zie de video hieronder). Zijn pleidooi is (helaas) nog steeds relevant.

Nina’s missie is ook de mijne. Eenvoudig is het niet, want het vraagt meer dan alleen het vaker geven van kunstlessen. Het vraagt veel van de manier waarop we onze leerlingen begeleiden in hun leerproces, iedere dag opnieuw. Maar alleen al een bewustzijn van deze en andere vragen rond creativiteit, is een goede eerste stap op weg naar een onderwijskundige ‘’revolutie’’.

Juf Annemieke

De opleiding Cultuurexpert van Via Vinci Academy beoogt bij te dragen aan de creativiteitsontwikkeling van leerlingen.