Bovenschools of Meerscholen directeur, een strategische keuze!

donderdag 5 juli 2018

Door: Drs. Peter Peene, directeur van het Centrum voor Leiderschap en Innovatie in het Onderwijs (C-LiON).

In ons land is een tendens waar te nemen naar grotere verantwoordelijkheden voor directies. Als we goed om ons heen kijken, zien we steeds meer scholen die een directeur delen met een of meerdere andere scholen. Deze worden ‘meerscholendirecteur’ of ‘bovenschools directeur’ genoemd. Het blijkt dat de uitwerking van beide functies in de praktijk sterk verschillend is. Een bewuste keuze voor een van beide functies is sterk aan te bevelen.

Het is een open deur om te stellen dat het onderwijsveld sterk let op kosten van het management. Naarmate er meer bezuinigd moet worden, neemt het aantal directeuren binnen besturen snel af. Vacatures worden intern opgevuld door een directeur een school erbij te geven. Helaas vinden deze keuzen nogal eens uitsluitend plaats op financiële gronden en te weinig vanuit principiële en strategische overwegingen. Hierdoor ontstaan de volgende problemen:
- de overblijvende directeuren krijgen verantwoordelijkheden waar ze onvoldoende voor zijn toegerust;
- medewerkers missen de dagelijkse leiding en voelen zich al snel overbelast, zeker als taken van de directie verdeeld worden over leraren die ‘aanspreekpunt’ worden en deze taken bovenop hun normale takenpakket moeten uitvoeren;
- ouders (en leerlingen) missen duidelijke leiding en structuur.
Als gevolg daarvan constateren wij op de werkvloer verhoogde werkdruk, stagnatie van innovaties, verminderde kwaliteit en slechtere schoolpositionering.
Hebben wij een negatieve bril opgezet? Nee, het zijn de geluiden die we opvangen uit onze opleidingen tot schoolleider en de opleiding bovenschools en meerscholendirecteur.

Wij adviseren om het keuzeproces voor de best passende organisatie- en managementvorm te starten met het nadenken over de gewenste vorm van schoolleiding. Marzano e.a. publiceerden reeds in 2005 (School Leadership that Works) de 21 essentiële taken voor de schoolleiding. Hoe we deze verantwoordelijkheden ook herbenoemen, clusteren of aanvullen, het is intussen evident dat we geen van deze taken kunnen missen. Iedere onderwijseenheid (‘school’, ‘locatie’, ‘scholengemeenschap’) is pas effectief als de schoolleiding al deze taken uitvoert. Onderdelen van dit takenpakket neerleggen bij ‘aanspreekpunten’ is een miskenning van de onderwijsmanagementwetenschap, van het vak van schoolleider en van het verantwoordelijkheidsgevoel van medewerkers.

Nadat we nu meerdere keren de opleiding tot bovenschools en meerscholendirecteur hebben uitgevoerd, merken we steeds meer dat ook een zorgvuldige uitwerking van een meerscholenconstructie mis kan gaan als er niet heel bewust wordt gekozen voor ofwel bovenschools ofwel meerscholen management. Het gaat om het aloude principe: wil je een beheersingsgerichte organisatiecultuur of een lerende organisatiecultuur (Senge)? Gaat het om de X- of de Y-filosofie (Mc Gregor), om ‘führen oder wachsen lassen’ (Litt), om ‘management’ of ‘leadership’ (Covey)?
Organisaties die hebben gekozen voor ‘bovenschools management’ en zich vervolgens afvragen hoe het komt dat de medewerkers zo’n afstand tot de top ervaren en zo weinig innovatief organisatiedenken aan de dag leggen, hebben hetzelfde probleem als organisaties die hebben gekozen voor ‘meerscholendirecteuren’ en zich verbazen dat de organisatie zo moeilijk meetbaar en stuurbaar is van bovenaf. 
Wij ontdekten samen met onze studenten (schoolleiders en bestuurders) dat een goede keuze voor een van beide modellen alles te maken heeft met de visie op het leiden van professionals. Hoe krijg je als leidinggevende het beste onderwijs op de scholen? Volgens Marzano is daarvoor in ieder geval nodig dat het door de vertalers van ‘District Leadership that Works’ (2009) genoemde ‘bovenschools leiderschap’ (2012) betrokken is bij het onderwijsproces. Door duidelijke doelen te stellen die niet-onderhandelbaar zijn, en de voortgang hierop te monitoren en te bespreken, zijn deze leiders van meerdere scholen onderwijskundig betrokken. Wij merkten dat het op de scholen enorm verschillend uitwerkt of deze betrokkenheid langs de weg van ‘managementtools’ wordt uitgevoerd dan wel met ‘leaderships interventies’. Een bovenschools manager zal een P&C-cyclus opzetten die meer ‘control’ in zich heeft en een meerscholendirecteur zal vaker kiezen voor persoonlijk en direct leiderschap.

Dat betekent dat een verantwoorde keuze voor een van beide begrippen een keuze is voor een organisatiemodel, met daarachter een organisatie- en managementvisie. Hoe duidelijker deze keuze wordt genomen, des te beter zullen de resultaten beantwoorden aan de verwachtingen.

Deze blog werd geschreven door: Drs. Peter Peene
Directeur van het Centrum voor Leiderschap en Innovatie in het Onderwijs (C-LiON).

Social media

Boeken bestellen

Powered by Content Power